1. Vloertype en oppervlakte per ruimte
Noteer PVC, parket, tegels, tapijt of ander materiaal en het aantal m² per ruimte. Bij verschillende vloertypes is een verdeling per zone veel bruikbaarder dan één totaal.
2. Bevestiging: klik, lijm, spijkers of onbekend
Vermeld hoe de vloer vermoedelijk vastzit. Als je het niet weet, maak dan een foto van een rand, dorpel of plek waar de vloer al los is.
3. Onderlagen en vloerverwarming
Geef aan of ondervloer, lijm, egaline, dekvloer of vloerverwarming bekend zijn. Vooral de laag die moet blijven bepaalt hoe agressief er gewerkt kan worden.
4. Bereikbaarheid en verdieping
Meld trappen, lift, parkeerafstand, smalle doorgangen en laadmogelijkheden. Deze gegevens bepalen welke machines praktisch inzetbaar zijn en hoe afvoer wordt georganiseerd.
5. Gewenste oplevering en afvoer
Zeg of alleen de toplaag weg moet, of ook lijmresten en ondervloeren. Vermeld daarnaast of vloerafval moet worden afgevoerd.
6. Planning en vier gerichte foto’s
Geef de gewenste uitvoerdatum en datum van de volgende vloer. Stuur overzicht, rand/dorpel, detail van de vloeropbouw en toegang mee.



